| CARVIEW |
Tweets en blogposts over “de dood van” doen het altijd goed. De dood, da’s drama – en mensen houden van drama. Niet verwonderlijk dat er afgelopen woensdag heel wat tweets de ronde deden over de uitspraak van Jo Caudron “dat Humo over vijf jaar dood zal zijn” op de eerste Gent M-sessie van dit jaar. Op zijn Facebook-pagina legt hij in nog meer detail uit waarom hij tot die conclusie komt. Interessant leesvoer!
Caudron weet waarover hij spreekt, onder andere omdat hij de voorbije jaren voor heel wat (media)bedrijven als consultant heeft gewerkt. Maar toch ben ik het niet helemaal met hem eens. Ten eerste is zijn stelling grotendeels gebaseerd op het onevenwicht tussen de tijd die we aan bepaalde media besteden en de reclamebudgetten die eraan worden uitgegeven. Uit onderzoek blijkt dat gedrukte media verhoudingsgewijs te veel reclame-inkomsten binnenkrijgen, en volgens Caudron zal dat dus niet blijven duren. Ik vermoed dat er de komende jaren inderdaad steeds minder reclamebudgetten naar gedrukte media zullen gaan, maar niet in die mate dat er een aardverschuiving zal plaatsvinden. Toch niet binnen de vijf jaar. De reclamesector is namelijk vrij conservatief: men doet er graag wat men al heel lang doet. Volgens mij heeft dat te maken met het onduidelijke effect van reclame – als je niet weet wat de ene aanpak oplevert, welke argumenten heb je dan om voor een andere te kiezen? Maar dat is dan weer een nieuwe discussie…
Daarnaast is er ook het gevoelsmatige aspect van reclame: een advertentie in een tijdschrift heeft nu eenmaal meer uitstraling dan een online advertentie. Dus gaat men ervan uit dat ze meer teweegbrengt. (Nogmaals: zelf ben ik er niet van overtuigd dat die stelling klopt, maar dat is… je weet wel). Dat verklaart volgens mij ook de bijna even grote discrepantie tussen de tijd die we naar de radio luisteren en de reclame-inkomsten van dat medium – maar dan in omgekeerde zin. Aan radioreclame wordt verhoudingsgewijs veel minder geld uitgegeven. Omdat die pas echt te vluchtig is? (Of te slecht, maar dat is nog een andere discussie).
Een andere reden waarom ik denk – en van harte hoop – dat Caudrons voorspelling niet zal uitkomen, is dat veel van wat nu in de media en online aan de gang is, ook door niemand werd voorspeld. Wie had vijf jaar geleden gedacht dat sites als Buzzfeed zo veel bezoekers zouden krijgen? Wees eerlijk: niemand. Waren er in 2008 al concrete plannen voor Libelle TV? Ik betwijfel het. (Er waren toen, geloof ik, wel plannen voor Humo TV. Dat er niet gekomen is.) Deze sector is gewoon veel te wispelturig en te emotioneel beladen om er voorspellingen over te doen. Mediabedrijven zijn katten met negen levens. Daarom houden zo veel mensen ervan.
Ik hoop wél dat men bij Humo de analyse van Caudron niet zomaar van tafel veegt. Er moet iets gebeuren. Elk mediabedrijf moet een antwoord vinden op de trends die zijn voortbestaan bedreigen. En dat moet nu gebeuren, want straks zijn er helemaal geen middelen meer om te investeren in een oplossing, in een nieuwe weg, in die broodnodige transformatie. En dan komt Caudrons voorspelling toch nog uit – zij het met een paar jaar vertraging.
]]>
foto © An Nelissen https://annelissen.wordpress.com/
Een stomp in de maag was het, deze tweet die deze namiddag plots opdook. Was dat waar? Of was het een macabere en vreselijk flauwe grap? Moeilijk te geloven van iemand die zich enkele weken geleden nog op de gebruikelijke wijze – geestig, dus – ergerde aan die shockspots van het BIVV. Even later kwam, alweer via Twitter, de bevestiging: Patrick De Witte is niet meer. This joke isn’t funny anymore…
Waarom heeft me dat zo aangegrepen, heb ik me de hele avond afgevraagd. Zo goed kende ik hem immers niet. (Als ik hoor hoe zijn goede vrienden over hem praten, dan vind ik dat overigens een spijtige zaak.) Ik heb hem verschillende keren gesproken toen ik nog voor De Standaard schreef, en er één keer zelfs een lang interview van afgenomen. Dat was op het einde van zo’n seizoensvoorstelling van Canvas, in het Amerikaans Theater. De Porseleinen Pony was toen het tv-programma waarmee hij ons wilde verblijden. Niet zijn beste werk, maar soit. Dat interview was wellicht ook niet mijn beste werk, want ik kan het met de beste wil van de wereld niet terugvinden op De Standaard Online. Dat er op het einde van zo’n persconferentie al eens een glas werd gedronken, is hier vast niet vreemd aan. Misschien probeerde ik Patrick wel bij te houden op dat vlak. Ik had toen wel vaker geweldige ideeën.
De laatste jaren had ik nauwelijks nog contact met Patrick, behalve af en toe via Twitter. Enkele weken liepen we elkaar nog eens tegen het lijf in de Delhaize in Ledeberg. Gezwind liep hij door de gangen van de winkel, op jacht naar ingrediënten voor everzwijn op Toscaanse wijze, als ik me niet vergis. Het zou me overigens ook niet verwonderen als hij daarna persoonlijk nog een everzwijn gaan vangen is. Hij was er de man niet naar om daar 200 vrienden voor lastig te vallen.
Een hechte persoonlijke band hadden we dus niet, maar toch ervaar ik zijn dood als een groot verlies. Is het omdat hij op bijna exact dezelfde leeftijd als mijn vader aan exact dezelfde doodsoorzaak (naar wat ik hoor) is overleden? Nee, want daar houdt de vergelijking al meteen op.
Waarom ga ik Patrick dan wel missen? Omdat hij mij zo vaak heeft doen lachen, uiteraard. Vroeger bij Humo (bekentenis: ik ben bij Computer Magazine ooit met een rubriek gestart die vollédig gepikt was van zijn rubriek ‘Zap’), later bij Deng en Mao, nog later met tv-programma’s als Kijk Eens Op De Doos, de laatste tijd vooral met zijn columns in De Morgen. En omdat hij met Comedy Casino een haast Nobelprijwaardige bijdrage heeft geleverd tot het ontstaan van een echte comedycultuur in Vlaanderen.
Ze was altijd scherp en zelden vrijblijvend, die humor van Patrick De Witte. Een en ander was vaak gericht tegen wat hem stoorde, tegen onrecht, tegen mensen die volgens hem de boel aan het verzieken waren (of zijn…), tegen leugens en bedrog. Het kon Patrick allemaal wél wat schelen, in tegenstelling tot vele andere komieken. En ook niet onbelangrijk: hij was echt onafhankelijk – iemand die zich voor niets of niemand inhield, zoals deze fenomenale open brief aan Wouter Vandenhaute zo mooi illustreerde.
Hij was met andere woorden geëngageerd – en toch geweldig grappig. Die heksentoer zie ik niet meteen iemand anders overdoen.
En daarom ga ik (pdw) dus missen.
]]>
Volgende dinsdag nemen we op de (voorlopig?) laatste 



). Maar wel een interessante oefening!




